Het "Onze vader" (Mat.6:9-15) -  Een 'raamgebed'

Het onze Vader geeft het kader, de positie van waar uit, de gesteldheid waarin we moeten bidden.

Onze Vader
Dat mag alleen iemand tegen God, de Schepper, zeggen, als hij door aanname van het offer van de Here Jezus een kind van God geworden is. (Joh.1:12)

Die in de hemelen zijt.
God is ver boven ons verheven (een andere dimensie).
We mogen niet aards van God denken (Ex.20:4). Als we menselijk over God gaan denken loopt het verkeerd met ons af. Als we de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op een beeld van een vergankelijk mens (Rom.1:23) degenereert de mens  è (Rom.1:24-32)

Uw naam worde geheiligd.
We treden de kamer van een heilig Persoon binnen.
Dat kan alleen in geest en waarheid, want God is Geest (Joh.4:23).
De heiligheid van God is als een verterend vuur (Hebr.12:29); we kunnen alleen naderen als onze handeling heilig is (1Tim.2:8)
We kunnen alleen naderen in geloof (Hebr.11:6)

Uw Koninkrijk kome.
In verwachting leven op de komst van Gods Zoon, heeft invloed op ons vragen (1Thess.1:10)

Uw wil geschiede; gelijk in de hemel alzo ook op aarde.
We willen bidden in de gesteldheid van de Here Jezus, die zijn verlangen kenbaar maakte, maar zich overgaf aan de wil van zijn Vader. (Mat.26:39)

Geef ons heden ons dagelijks brood.
Mensen die gebrek hebben en honger lijden spreken hier hun verlangen uit.
Als we leven in welvaart en het eten voor ons staat, past het niet om er om te vragen, dan mogen we danken.
We mogen wel beseffen dat we eten van een vervloekte aarde en daarom bidden we of God de vloek van het voedsel wil afnemen.
Dagelijks brood, daarmee spreken we uit, dat we geen zorgen voor de dag van morgen willen maken (Mat.6:25,31), en ook dat we tevreden willen zijn (1Tim.6:8)

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
We spreken uit dat we willen leven vanuit vergeving.
God kan ons niet vergeven als wij niet vergeven (Mat.18:21-35).
Het is een bewuste keus voor de verlichting van ons verstand door de Heilige Geest tegen ons eigen gelijk en ons eigen gevoel.
Voorbeelden: de Here Jezus (Luc.23:34); Stefanus (Hand.7:60); Paulus (2Cor.2:10).
Als ons als onschuldig kind onrechtvaardig leed aangedaan is, mogen we het oordeel overgeven aan de hemelse rechter (Rom.12:19)

En leid ons niet in verzoeking,
God leidt niet in verzoeking, het zijn onze eigen begeerten (Jac.1:14). We bidden dus of onze hemelse Vader ons door zijn Heilige Geest duidelijk wil maken of er verkeerde begeerte in ons is, bijvoorbeeld: zucht naar kennis buiten God (Eva in Gen.3:6); geldzucht (Gehazi in 2Kon.5:26); macht (Mirjam in Num.12:2,10); wellust (David in 2Sam.11:2).
We kunnen een voorbeeld nemen aan Jozef (Gen.39:8) en uiteraard de Here Jezus (Mat.4:1-11)

maar verlos ons van de boze.
We belijden dat we niet in eigen kracht de boze kunnen weerstaan en bidden om de bijstand van de Heilige Geest.
We bidden om verlossing van het kwaad, de emotionele beschadiging die ons door anderen is aangedaan. (1Joh.1:9)

Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
We stellen ons onder de machtige bescherming van onze God en Vader, die ons gekocht heeft met het bloed van zijn Zoon Jezus Christus.