De naam van God; een les van een rabbijn.

'Gij zult de naam van de HERE, UW God, niet ijdel gebruiken,
want de HERE zal niet onschuldig houden
wie zijn naam ijdel gebruikt' (Exodus 20:7).
'Het gebod roept ons op om de naam of reputatie van God te verhogen tot op het hoogste punt. We bestaan om zijn naam eer te brengen. Mag ik dat illustreren?'
Iedereen in een grote wolkenkrabber werkt voor de baas, die zijn kantoren heeft op de bovenste verdieping. De meesten hebben hém nog nooit gezien, maar wel zijn dochter. Ze werkt in het gebouw voor haar vader. Ze gebruikt haar positie in de familie in haar voordeel.
Op een ochtend spreekt ze Bert, de bewaker, aan: 'Ik heb honger, Bert. Loop even naar buiten en haal een koffiebroodje voor me'. Het verzoek brengt Bert in verlegenheid. Als hij zijn post verlaat, brengt hij het gebouw in gevaar. Maar de dochter van zijn baas dringt aan: 'Vooruit nou; vlug een beetje'.  Wat heeft hij voor keus? Terwijl hij het gebouw uit loopt, zegt hij niets, maar denkt: 'Als de dochter zo bazig is, wat zegt dat dan over haar vader?'
Maar de dochter is nog maar net begonnen. Kauwend op het broodje loopt ze een met papieren beladen secretaresse tegen het lijf. 'Waar ga je heen met al die papieren?'
'Die moet ik laten bundelen voor een vergadering vanmiddag.'
'Vergeet die vergadering maar. Kom naar mijn kantoor en zuig het tapijt.'
'Maar er is mij gezegd...'  'En ik zegje iets anders.'
De vrouw heeft geen keus. Tenslotte spreekt hier de dochter van de baas. Dat zorgt ervoor dat de secretaresse de wijsheid van de baas in twijfel trekt.
En de dochter gaat maar door. Stelt eisen. Speelt de baas. Stuurt schema's in de war. Zonder daarbij de naam van haar vader te noemen. Zonder haar uitspraken kracht bij te zetten met: 'Mijn vader zei...'  Dat was niet nodig: Is zij niet het kind van de baas? Spreekt het kind niet voor de vader?
En dus verlaat Bert zijn post. Een secretaresse schiet tekort in haar taak. En meer dan één medewerker betwijfelt de wijsheid van de man boven.Weet hij echt waarmee hij bezig is, vragen ze zich af.
Het meisje onteerde de naam van haar vader, niet met vulgaire taal, maar door gedrag zonder gevoel. Als ze dit nog even volhield, zou het hele gebouw zijn vragen hebben over de baas.
Maar het kan ook anders. Als de dochter nu eens anders optrad?
In plaats van een koffiebroodje aan Bert te vragen, brengt ze er een voor hem mee. 'Ik heb vanmorgen aan je gedacht', legt ze uit. 'Je komt zo vroeg. Heb je wel tijd om te eten?' En ze overhandigt hem haar geschenk.
Op weg naar de lift loopt ze een vrouw tegen het lijf met een armvol documenten. '0, het spijt me. Kan ik helpen?' biedt de dochter aan. De secretaresse glimlacht en samen dragen ze de stapels door de gang.
En zo benadert de dochter de mensen. Ze vraagt naar hun gezin, biedt aan ze koffie te brengen. Nieuwe medewerkers worden verwelkomd en harde werkers krijgen een pluim. Door vriendelijkheid en belangstelling brengt ze zo het geluksniveau van het hele bedrijf omhoog.Ze noemt daarbij niet eens haar vaders naam. Geen enkele keer verklaart ze: 'Mijn vader zegt...' Dat hoeft ook niet. Ze is toch zijn kind? Ze spreekt toch namens hem. Weerspiegelt toch zijn hart? Als zij spreekt, nemen ze aan dat ze voor hem spreekt. En omdat ze een hoge dunk van haar hebben, hebben ze die ook van haar vader. Ze hebben hem niet gezien, en niet ontmoet. Maar ze kennen zijn kind, dus kennen ze zijn hart.
Paulus, een andere rabbijn, zou deze toelichting het hebben gewaardeerd. Hij schreef: 'Wij zijn dan gezanten voor Christus, terwijl God als het ware door ons maant' (2Kor.5:20). De gezant heeft maar één doel - zijn koning vertegenwoordigen. Hij zet zich in voor de agenda van de koning, beschermt de reputatie van de koning en presenteert de wil van de koning. De gezant verheft de naam van de koning.
Uit: “Het gaat niet om mij”; geschreven door Max Lucado

Het derde gebod
terug naar suggesties
Home