De Goddelijke drieëenheid
1. Goddelijke Drieëenheid in de Bijbel

God openbaart zich aan ons in 3 personen, als Vader, als Zoon, als Heilige Geest.

In het Oude Testament:

Sommige plaatsen tonen Hem als Vader:
Is Hij niet uw Vader, die u geschapen heeft, die u gemaakt heeft en toebereid? Deut. 32:6;
Gij immers zijt onze Vader; want Abraham weet van ons niet en Israel kent ons niet; Gij, Here, zijt onze Vader, onze Verlosser van oudsher is uw naam. Jes. 63:16;
Indien Ik nu een vader ben, waar is de eerbied voor Mij? Mal. 1:6.
Soms wordt gesproken van de komende Zoon:
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Jes. 9:5;
Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven. Jes.7:14.
Soms wordt gesproken van de levendmakende Geest:
Soms wordt gesproken van de levendmakende Geest:
Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Ezech. 36:26, 27.
In het Nieuwe Testament wordt de Goddelijke drieëenheid duidelijker getoond:
Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb. Matth. 3:16 17;
Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. Matth. 28:19;
De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen. 2Cor. 13:13.
2. Gezagsstructuur binnen de goddelijke Drieëenheid

Jezus Christus staat onder gezag van de Vader en is toch één met Hem en aan Hem gelijk.
Voor ons natuurlijk menselijk denken is dit moeilijk te begrijpen. Voor ons menselijk begrip kan iemand die onder gezag staat, niet gelijk zijn aan zijn gezagsdrager. Of je bent gelijk, maar dan kan de één geen gezag hebben over de ander, of je bent ongelijk en dan heerst in meer of mindere mate de één over het leven van de ander.
De Bijbel openbaart ons in de goddelijke drieëenheid een relatie van ondergeschikt-zijn in liefdevolle afhankelijkheid, zonder de wrange smaak van onderdrukking die bij ons mensen aan het ondergeschikt zijn kleeft, sinds de zondeval.

Jezus Christus leefde onder het gezag van de Vader en getuigde daar bij verschillende gelegenheden van.
• “Mijne spijs is, dat Ik doe de wil te Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijne werk volbrenge.” (Joh.4:34)
• “Ik kan van Mijzelf niets doen, …….. want Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.” (Joh.5:30)
• “Want Ik ben van de hemel neergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.” (Joh.6:38)
• “En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt.” (Joh.8:29)
• De Bijbel zegt zelfs, dat Hij, de Zoon van God, gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij geleden heeft. (Hebr.5:8)
Deze teksten laten zien dat Jezus leefde in een grote afhankelijkheid van Zijn Vader en telkens zei dat de Vader Hem overal en altijd leidde en de woorden gaf om te spreken en Hem de instructies gaf.
• Toch zegt Hij in Joh.10:30 "Ik en de Vader zijn één".
• In Joh.14:16 zegt de Here Jezus: “ Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven”, terwijl Hij in Joh.16:7 zegt: “ Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.”

3. De mens: ook een drieëenheid

God onze Schepper is voor ons verstand niet te bevatten.
Een mens kan tafels, auto's, televisies, computers enzovoort maken. Allemaal levenloze dingen. Een kunstenaar kan zelfs een beeld maken, dat sprekend op hem zelf lijkt. Toch zal iedereen het verschil weten tussen dat beeld en de echte kunstenaar. De kunstenaar leeft en het beeld leeft niet. De kunstenaar weet wel alles van het beeld, maar het beeld weet niets van de kunstenaar en kan hem ook niet begrijpen.
Als de mens door een Schepper gemaakt is, dan zal die Schepper op dezelfde wijze verschillen van de mens. Net als de kunstenaar verschilt van het beeld dat hij van zichzelf maakt. God die ons gemaakt heeft, weet alles van ons, maar de mens zal God niet kunnen begrijpen.
De mens is naar Gods beeld geschapen. Als we naar het complexe wezen de mens kijken kunnen we iets begrijpen hoe drie personen toch één persoon kunnen zijn.
De mens is ook een soort drieëenheid, bestaande uit geest, ziel en  lichaam. Geest, ziel en lichaam zijn niet te scheiden, maar wel te onderscheiden.
Geest (geweten, contact met onzichtbare wereld), ziel (gevoel wil, verstand), lichaam (contact met fysische wereld, hormoonstelsel).
De menselijke geest moet onder leiding van Gods Heilige Geest de menselijke ziel sturen.
En het menselijk lichaam moet onder gezag staan van de ziel.
Het onafhankelijk handelen van deze leden van de mens kunnen we zien bij verslavingen: de mens kan een slaaf zijn van het lichaam, of van het karakter en emoties. Gods Woord roept ons op vrij te worden, dat wil zeggen wandelen door de Heilige Geest.
Wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkander) zodat gij niet doet wat gij maar wenst. Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.(Gal.5:16-18) (zie ook drie-eenheid mens)

4. Goddelijk mysterie


Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. (Joh.3:16)
Hoe kan God, die Geest is (Joh.8:24) een Zoon hebben die mens geworden is?
Dat is waarschijnlijk voor iedereen een groot mysterie.
Van Adam lezen we ook dat hij een zoon van God was (Luc.3:38). Gods Geest kwam tot uitdrukking in het stoffelijke, waardoor de aardse materie 'mens' werd. (Gen.2:7)
Die eerste mens Adam faalde, doordat hij moedwillig een andere geest in zich toeliet (1Tim.2:14). Jezus Christus wordt de laatste Adam genoemd (1Kor.15:45); Hij faalde niet, liet niet die boze geest toe in zijn gedachten en leven. Door wedergeboorte (letterlijk: van-boven-af-geboorte) worden wij ook kinderen van God.

Het gaat om een geestelijke strijd. Wij mensen zijn als het ware de uitvoerders en mogen kiezen in welk leger we willen dienen: dat van de geest Satan of dat van de Heilige Geest.
Nog meer mysterie:
De gemeente wordt het lichaam van Christus genoemd en eens zal dat geestelijke lichaam (1Kor.15:44) verenigd zijn met het hoofd Christus en daarin zullen wij erfgenamen van God zijn mede-erfgenamen van Christus (Rom.8:16,17).

Concluderend: Joh.3:16 is voor ons een groot mysterie, dat niet te verklaren is, maar dat we door geloof (=zeker weten) mogen ervaren.
Wat het zoonschap Gods inhoudt kunnen we zien aan de uitwerking in onszelf en de mensen (Gal.5:16-22).
Bijvoorbeeld: de geest waardoor terroristische zelfmoordenaars geleid worden, is een totaal andere dan de Geest van Jezus Christus.


Terug Antwoorden
printvriendelijke afdruk