Het oordeel over helderziendheid in de Bijbel
 
Helderziendheid verwijst naar het zien of weten van iets, buiten gebruik om van de normale menselijke zintuigen. Helderziende personen zijn vaak ook helderhorend, helderwetend, helderruikend en zelfs heldervoelend.
Volgens de Bijbel mag geen gebruik gemaakt worden van helderzienden, paragnosten, horoscopen, tarotkaarten, of iets anders uit het verborgene (= occulte).
 De Here God heeft dat verboden. En wat de onzichtbare wereld betreft kunnen wij ons het beste houden aan wat de Heilige Geest geopenbaard heeft in Gods Woord, de Bijbel, omdat we anders op gevaarlijk terrein in de onzichtbare wereld komen.
De Bijbelse term voor helderziende is "waarzegger" of "raadpleger van geesten."  Iemand die zich daarmee inlaat wordt door de Here verafschuwd.
Er mag bij u geen plaats zijn voor …………..waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars, bezweerders, en voor hen die geesten raadplegen of doden oproepen. Want de HEER verafschuwt mensen die zulke dingen doen, en om die verfoeilijke praktijken verdrijft hij deze volken voor u. U moet volledig op de HEER, uw God, gericht zijn. Ook al luisteren de volken in het land dat u in bezit zult nemen wel naar wolkenschouwers en waarzeggers, ú heeft de HEER, uw God, dat verboden. (Deut.18:10-15)

Het Oude Testament waarschuwt ernstig zich niet in te laten met mediums, spiritisten, en dergelijke. Zo geldt ook de waarschuwing tegen helderziendheid voor een christen. Een christen heeft een persoonlijke relatie met de Vader door de Heer Jezus Christus, doordat de Heilige Geest in zijn hart woont. En dat kan niet samengaan met het toelaten van een andere geest.

Lucas beschrijft een incident in Efeze, dat de christelijke houding ten opzichte van helderziendheid en parapsychologie illustreert.  Efeziërs die ingingen op het evangelie dat Paulus predikte, toonden hun bekering in het openbaar, en dat maakte een enorme indruk op de heidense cultuur.
Veel nieuwe gelovigen kwamen in het openbaar hun praktijken opbiechten. Onder hen waren ook velen die magie hadden bedreven, maar die nu hun boekrollen verzamelden en publiekelijk verbrandden. Toen de waarde ervan werd berekend, kwam men uit op een bedrag van vijftigduizend zilverstukken. (Hand.19:18-19)
Een zilverstuk was een dagloon voor een arbeider. Er was dus een grote som geld geïnvesteerd in boeken over het occulte (helderziendheid, parapsychologie, enz).  In hun nieuwe geloof, kregen ze Gods perspectief op hun oude praktijken, ze zien ze als zonde die ze moeten belijden, en dus verbranden ze de kapitale boeken.
Als hedendaagse christenen dezelfde houding aannemen ten opzichte van hun wereldse denken, en radicaal willen breken met het verkeerde, kunnen ze dezelfde zegen van God ontvangen als  de Efeziërs deed: "Zo zegevierde het woord van de Heer en vond het steeds meer gehoor."(Handelingen 19:20).
printvriendelijke afdruk