Drie gelijkenissen ( Mat.13:24-35); een climax naar het diepe.
de hele wereld - de kerk in de wereld - het geloof in Jezus Christus (Luc.18:8)

1. Goed zaad in de akker (de wereld) => de vijand (duivel) zaait onkruid => eindoordeel.
2. Eén mosterdzaadje (het ware geloof) in zijn akker (gemeente) => groeit uit tot instituut “kerk” => waarin alles een plaats kan vinden.
3. Zuurdeeg(valse leer) dat door een vrouw (Op.17) door drie maten meel, (˜ het spijsoffer ˜ beeld van Jezus Christus), het ongezuurde brood (1Kor.5:7), gemengd wordt om het luchtiger te maken. => Allerlei zaken om de Tafel des Heren heen, om het gevoel te bevredigen, waardoor zonden verdoezeld worden.

Mosterdzaad als beeld van geloof
De mosterdplant is een klein plantje met gele bloemen.
Mosterdzaad is klein en scherp kruidig.

Geloof is te vergelijken met een mosterdzaad (scherp en kruidig)
Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. (Mat.17:20; Luk.17:6)
Conclusie: mosterdzaad = beeld van echt geloof

Het mosterdzaadje dat een boom werd; een karikatuur!
Het (Koninkrijk Gods) is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide, en het groeide en werd een boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken. (Luk.13:19; en ook Mark.4:31; Mat.13:31)
Betekenis 'vogelen des hemels'.
Staat in de gelijkenis van de zaaier (Luc.8:4-15; en ook Mat.13:1-9,18-23; )
Een zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel een deel langs de weg en het werd vertrapt en de vogelen des hemels aten het op.(Luk.8:5)
Het zaad is het woord Gods. Die langs de weg, zijn zij, die het gehoord hebben; daarna komt de duivel en neemt het woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.(Luk.8;12)  Conclusie: vogelen des hemels = beeld van de duivel (de boze, de satan)
De gelijkenis: een tuinkruidje dat een boom wordt waarin vogels nestelen
Het mosterdzaadje loochent zijn karakter en groeit buiten zijn bestemming.
Het ware geloof verloochent zijn karakter en gaat plaats bieden aan de satan en zijn demonen.
Conclusie
De eerste gemeente van ware volgelingen van Jezus Christus groeide in de loop der eeuwen uit tot “kerk”, een machtsinstituut met Jodenvervolging, bloedige onderwerping van volken, kruistochten, slavenhandel enz . Tot in deze tijd met megakerken, misstanden, dwaalleringen  en verdeeldheid.  Wereldse machthebbers en allerlei onreinheid konden zich er in nestelen (2Tim.3:1-8). De “kerk als instituut” is verworden tot een broedplaats van boosheid.
Een mosterdzaadje dat een boom wordt ??

De toehoorders zullen:
a. tot nadenken gebracht zijn;
of
b. Jezus onwijs verklaard hebben (Joh.10:20)
printvriendelijke afdruk